back to 'la lettre'
back to the index of texts
Januaria
tekst voor de vernissage van:
La Lettre
door de heer Mark De Kesel, 13 febr.'87
Iemand staat hier. Iemand opent een poort. Hij is Januari. Hij zegt: het is oorlog. Later zal blijken: hij is de oorlog, de wind die door de poorten gaat. De poort opent op dat waarvan zij gesloten de grens zou zijn geweest. En toch: hij zegt: de poort staat alleen, men kon er evengoed rondgelopen zijn, er zijn nergens geen muren waarvoor zij een gat zou kunnen zijn geweest. Zij is een opening, nergens in. Of in zichzelf. Zij geeft uit op wat u ook zou hebben gezien als u er naast gekeken had. Zou het dan ook oorlog zijn geweest? Het zou geen oorlog zijn geweest. Maar wat dan wel?
Ik herhaal: iemand staat hier
en zegt: ik ben het openen van de poort, ik ben Januari. Was de poort dan
ooit eens niet open, d.w.z. was er voordien ooit vrede? Maar waar zou die
vrede geweest zijn? Voor de poort? Maar waarom zou vrede dan de poort hebben
geopend, welke onvrede binnen zichzelf kon de vrede drijven buiten zichzelf
naar het andere dan zichzelf, als vrede vrede was? Achter de poort? Hoe
zou zich hebben kunnen laten zien wat achter de poort zat, als die dicht
was? Iemand heeft ze moeten openen, en het openen van de poort is oorlog.
En toch: dat waarop de poort zich opent is hetzelfde als wat u naast de
poort al had kunnen zien, het is hetzelfde als wat door het openen van
die poort misschien pas oorlog zal zijngeworden. Iets is ergens oorlog
en vrede, maar als iemand de poort opent om dit te...
Chère mère en deuil,
Als moeder ken jij niet het lot der vaderen maar versta jij ons
spreken terecht als overspel. Daarom vertoeft mijn extreme genegenheid,
en een zeker erbarmen, in de humor van uw okselschaduw. Ook schoonheid,
waarheid of god zelf mag. En nu ben ik vader. Man. Een geslachtelijk
dilemma opgelost. Plots. Ik zeg u dit omdat jij weet altijd al tot in
de verveling toe waar...
tonen is er oorlog. Dit tonen
is oorlog, wat getoond wordt is niet rechtmatig vrede te noemen. De vrede
die ik mogelijks zou denken te kunnen tonen, is het in dit tonen altijd
al (en blijvend 'misschien') "geweest", d.w.z. "is " dus oorlog.
Het noemen van de vrede is
al de naam van de oorlog. Iemand staat hier en zegt dit. Hij is de oorlog,
want bij
opent. Hij zegt de naam van
wie en wat hier, en hij is de oorlog van de naam.En tegen de naam. Iemand
zegt: dit is een kunstwerk. En zijn gezicht is dubbel:hij kijkt naar u
en naar waar u naar kijkt, hij zegt waar u naar kijkt, u kijkt naar waar
hij u zegt te kijken: hij is de poort, en hij is niemand,hij is een gat
in zichzelf, hij is een god: Janus. Iemand staat hier en zegt wat u ziet:
hij herhaalt wat u van bet kunstwerk in uw blik al herhaald hebt, hij vertaalt
uw vertaling, die een vertaling van de zijne zal blijken te zijn. En in
het beste geval verzwijgt hij dat hij het kunstwerk zelf alleen maar kan
benoemen tot de vertaling van
zijn vertaling, de herhaling van wat hij herhaalde.
Hoor hem: hij zegt: dit kunstwerk
zegt het (in vertaling) zelf: "in het begin was de herhaling", en hij zegt
erbij: die zin is herhaling, letterlijk en legaal: een citaat. En hij zegt
daar nog hij: waar, dit begin? Daar, op of in het kunstwerk zelf? Wat is
een kunstwerk dat schildert: au commencement était la répetition?
Wat is het statuut van die zin als geschilderde vormmassa, of van vb. de
figuur die men normaal leest als ETAIT? Wat is ETAIT nog, hier, nu.
Herhaalt de prent ETAIT iets
dat was, dus ooit eens niet meer is geweest? Als het kunstwerk zelf de
herhaling is van het begin dat herhaling was, is het dan als dusdanig niet
iets dat die oneindige genitiefreeks van herhaling ophoudt,
samenvat, zin geeft? Is dit
schilderij dan niet de signatuur van de herhaling, en dus van haar begin,
en dus (van) haar einde? En wat wanneer van deze handtekening de kunstenaar
de tekenaar is? Wie is hij als hij de auteur van de
herhaling is, en dus haar einde,
en haar begin? Waar staat hij als bij buiten die herhaling staat want aan
gene zijde van haar einde, en begin? Is hij dan waarlijk god? Maar wat
als niemand of niets de herhaling ophoudt? Wat is een herhaling die niet
ophoudt? Is er een andere herhaling denkbaar dan diegene die de herhaling
is van haar eigen oponthoud? Een herhaling is noodzakelijk tegelijk die
van haar eigen einde. Opdat zij herhaling zou zijn, moet zij onophoudelijk
opgehouden...
Plots. Ik zeg u dit omdat jij weet, altijd al, tot in de verveling toe waaruit jij
wenst te worden afgeleid (séduite, déduite, déviée). Daarin, nogmaals, genegenheid,
geen beledigend woord. Schrijf ik dus alleen maar in de schaduw van je oksel, in het
vouwen grens in grens, of in de dialectiek met de herhaling van het verlies
_cirkel om cirkel _ probeer aldus opnieuw mezelf te omschrijven. Het probleem
_pas de solution car:"il n'y a même pas de problèmes"_: ben ik een beschonken schenker
of een geschonden schande (ontelbare impulsen zoeken naar een naam als een limiet
van nul naar oneindig waar niets raakt maar alleen de nabijheid hun schande is.)
Metafysisch dus. Qui prouve trop n'est rien. Je ne prouve rien suis-je de trop?
Vous et vos façons! Quand-même! Quel deuil, quand-même! Qui pour qui? En raison?
Cause? Qui? Qui
cause? Qui?
Ik herhaal: iemand staat hier
en zegt dit, en herhaalt dus wat in dit kunstwerk zou zijn gebeurd, in
het kunstwerk dat als begin herhaling is geweest, en dat schildert dat
in het begin de herhaling was, en dat zelf, mede daarom, een herhaling
is van wat hij hier zegt: het kunstwerk als poort die de poort herhaalt
die zijn opening hier is, een opening, deze hier, die het kunstwerk, alleen
maar omdat zij de herhaling die het kunstwerk is ophoudt, herhaalt. Is
de cirkel rond? Dan zou niets zich herhaald hebben. De cirkel is niet rond,
hij draait vierkant. Het vierkant van dit schilderij is herhaaldelijk een
vierkant
Gent, une date, une signature,
"N'étant pas, j'ai écrit l'autre que n'étant pas, j'étais (pas)."
En
En dan heb ik de musea beroofd en ermee gevuld mijn naam. Zo werd dit lichaam
de zich steeds wijzigende naam, zoals...
... en in de donkere hoek machtig speelt met het witte gelaat.
Liefste bestemmeling! (Wat, wie, aan wie dit schrijven? Dit nooit toekomend,
nergens vertrokken, altijd al vertrokken steeds toekomend zijnde. Jij? Ik? Ik, jij?
Jij, ik? en ? Ik, jij en en het bijten erin van steeds nog een derde, vreemd,
die zich op zijn beurt ontdubbelt, twee met drie, als men ernaar grijpt (en men grijpt
ernaar), vreemd
noodzakelijk, zoals alleen maar de herhaling van de...
Emprise seuls les cercles font le tour, le tour d'on ne sait quoi, de tout, du connu,
de l'inconnu qui passe, qui vient, qui est venu et va revenir). Tekening. En kinderen.
Henri Michaud. En cirkels om te vatten. Eeuwig terug. Het gesloten neuken. Reflectie.
Ellips, eclips.
Het bevragen van het onbeantwoordbare dat altijd al gegeven is.
Gegeven is.
Etant données, l'eau et le gaz, ruimte en tijd, struktuur en genese, levensdrift,
doodsverlangen, a en b. Etant données... Van de Velde, Duchamps. En ?
Noodzakelijk zoals dit woord, de post, de 'post'... vreemd, cryptisch ons altijd al
gelezen schrijven... alleen maar de illusie van beslotenheid? Neen, haar waarheid.
" Et le printemps m'a apporté le rire fou de l'idiot " Een brief als een naakte kaart.
Met postzegel. Herinner je: une lettre belge, transparente, t'en souviens-tu: mediateur.
Mediateur, la
lettre. De noodzakelijk meelezende derde. En ? ?