back to 'la lettre'
                                                                                back to the index of texts
 

                            Januaria
                    tekst voor de vernissage van:
                             La Lettre
                    door de heer Mark De Kesel, 13 febr.'87
 
 



 
 

Iemand staat hier. Iemand opent een poort. Hij is Januari. Hij zegt: het is oorlog. Later zal blijken: hij is de oorlog, de wind die door de poorten gaat. De poort opent op dat waarvan zij gesloten de grens zou zijn geweest. En toch: hij zegt: de poort staat alleen, men kon er evengoed rondgelopen zijn, er zijn nergens geen muren waarvoor zij een gat zou kunnen zijn geweest. Zij is een opening, nergens in. Of in zichzelf. Zij geeft uit op wat u ook zou hebben gezien als u er naast gekeken had. Zou het dan ook oorlog zijn geweest? Het zou geen oorlog zijn geweest. Maar wat dan wel?

Ik herhaal: iemand staat hier en zegt: ik ben het openen van de poort, ik ben Januari. Was de poort dan ooit eens niet open, d.w.z. was er voordien ooit vrede? Maar waar zou die vrede geweest zijn? Voor de poort? Maar waarom zou vrede dan de poort hebben geopend, welke onvrede binnen zichzelf kon de vrede drijven buiten zichzelf naar het andere dan zichzelf, als vrede vrede was? Achter de poort? Hoe zou zich hebben kunnen laten zien wat achter de poort zat, als die dicht was? Iemand heeft ze moeten openen, en het openen van de poort is oorlog. En toch: dat waarop de poort zich opent is hetzelfde als wat u naast de poort al had kunnen zien, het is hetzelfde als wat door het openen van die poort misschien pas oorlog zal zijngeworden. Iets is ergens oorlog en vrede, maar als iemand de poort opent om dit te...


                                                                                     25 Okt. '86

                                         Chère mère en deuil,

Als moeder ken jij niet het lot der vaderen maar versta jij ons

spreken terecht als overspel. Daarom vertoeft mijn extreme genegenheid,

en een zeker erbarmen, in de humor van uw okselschaduw. Ook schoonheid,

waarheid of god zelf mag. En nu ben ik vader. Man. Een geslachtelijk

dilemma opgelost. Plots. Ik zeg u dit omdat jij weet altijd al tot in

de verveling toe waar...


tonen is er oorlog. Dit tonen is oorlog, wat getoond wordt is niet rechtmatig vrede te noemen. De vrede die ik mogelijks zou denken te kunnen tonen, is het in dit tonen altijd al (en blijvend 'misschien') "geweest", d.w.z. "is " dus oorlog.
Het noemen van de vrede is al de naam van de oorlog. Iemand staat hier en zegt dit. Hij is de oorlog, want bij
opent. Hij zegt de naam van wie en wat hier, en hij is de oorlog van de naam.En tegen de naam. Iemand zegt: dit is een kunstwerk. En zijn gezicht is dubbel:hij kijkt naar u en naar waar u naar kijkt, hij zegt waar u naar kijkt, u kijkt naar waar hij u zegt te kijken: hij is de poort, en hij is niemand,hij is een gat in zichzelf, hij is een god: Janus. Iemand staat hier en zegt wat u ziet: hij herhaalt wat u van bet kunstwerk in uw blik al herhaald hebt, hij vertaalt uw vertaling, die een vertaling van de zijne zal blijken te zijn. En in het beste geval verzwijgt hij dat hij het kunstwerk zelf alleen maar kan
benoemen tot de vertaling van zijn vertaling, de herhaling van wat hij herhaalde.

Hoor hem: hij zegt: dit kunstwerk zegt het (in vertaling) zelf: "in het begin was de herhaling", en hij zegt erbij: die zin is herhaling, letterlijk en legaal: een citaat. En hij zegt daar nog hij: waar, dit begin? Daar, op of in het kunstwerk zelf? Wat is een kunstwerk dat schildert: au commencement était la répetition? Wat is het statuut van die zin als geschilderde vormmassa, of van vb. de figuur die men normaal leest als ETAIT? Wat is ETAIT nog, hier, nu.
Herhaalt de prent ETAIT iets dat was, dus ooit eens niet meer is geweest? Als het kunstwerk zelf de herhaling is van het begin dat herhaling was, is het dan als dusdanig niet iets dat die oneindige genitiefreeks van herhaling ophoudt,
samenvat, zin geeft? Is dit schilderij dan niet de signatuur van de herhaling, en dus van haar begin, en dus (van) haar einde? En wat wanneer van deze handtekening de kunstenaar de tekenaar is? Wie is hij als hij de auteur van de
herhaling is, en dus haar einde, en haar begin? Waar staat hij als bij buiten die herhaling staat want aan gene zijde van haar einde, en begin? Is hij dan waarlijk god? Maar wat als niemand of niets de herhaling ophoudt? Wat is een herhaling die niet ophoudt? Is er een andere herhaling denkbaar dan diegene die de herhaling is van haar eigen oponthoud? Een herhaling is noodzakelijk tegelijk die van haar eigen einde. Opdat zij herhaling zou zijn, moet zij onophoudelijk opgehouden...



...god zelf mag.En nu ben ik vader. man een geslachtelijk dilemma opgelost

Plots. Ik zeg u dit omdat jij weet, altijd al, tot in de verveling toe waaruit jij

wenst te worden afgeleid (séduite, déduite, déviée). Daarin, nogmaals, genegenheid,

geen beledigend woord. Schrijf ik dus alleen maar in de schaduw van je oksel, in het

vouwen grens in grens, of in de dialectiek met de herhaling van het verlies

_cirkel om cirkel _ probeer aldus opnieuw mezelf te omschrijven. Het probleem

_pas de solution car:"il n'y a même pas de problèmes"_: ben ik een beschonken schenker

of een geschonden schande (ontelbare impulsen zoeken naar een naam als een limiet

van nul naar oneindig waar niets raakt maar alleen de nabijheid hun schande is.)

Metafysisch dus. Qui prouve trop n'est rien. Je ne prouve rien suis-je de trop?

Vous et vos façons! Quand-même! Quel deuil, quand-même! Qui pour qui? En raison?

Cause? Qui? Qui cause? Qui?



worden. Wat de herhaling moet ophouden is de herhaling, en wat zij moet herhalen is haar oponthoud. Waar staat de kunstenaar dan als tekenaar van deze herhaling die hij een brief noemt. Hoor hem hoe bij nogmaals herhaalt: de kunstenaar staat aan bet begin van het oponthoud dat hij de herhaling heeft toegebracht door haar in het kunstwerk tot dusdanig te benoemen, en bij herhaalt daardoor bet oponthoud dat, opdat er herhaling zou zijn, herhaald moet worden, en staat zo voorbij dit begin, "in" die herhaling die al begonnen was. Zie bij heeft een poort gebouwd, een oponthoud, een grens tussen wat herhaald wordt en zijn herhaling, en hij is de poort van die poort, het 'support', de suppoost, hij houdt, als bouwer van die poort, daarbij op er buiten te staan, hij staat als wachter in die poort, een poort in het open veld, met aan beide kanten de vijand, als beambte van elk der beide vijanden, trawant van de Een tegen de Ander, van de
 Ander tegen de Een, hij herhaalt hun vijandschap, die hij daardoor liefheeft, een liefde die hen beide verwekt heeft, een conceptie waarvan hij tegelijk de zoon is. Of de dochter. Want zie de figuur. zij is gemaskerd, ze steekt (waarschijnlijk)
haar geslacht weg, achter een muur en achter haar (zijn?) hand? Zij staat tussen een geschilderde muur en een zichtbaar niet geschilderde muur, tussen het herhaalde en zijn herhaling. Maakt zij aanstalten een knieval te doen (of staat zij al weer recht), een knieval als investituur van wat voor en achter de door haar gebouwde poort plaats vindt.
Is zij de herhalingvertaling van de kunstenaar, waarachter hij verdwijnt, is zij/hij _in vertaling_ Johanna Van den Boge, die de poort opent en opnieuw honderd jaar oorlog voedt, en tussen de twee vijanden in valt als het brandoffer dat hen sticht?

Ik herhaal: iemand staat hier en zegt dit, en herhaalt dus wat in dit kunstwerk zou zijn gebeurd, in het kunstwerk dat als begin herhaling is geweest, en dat schildert dat in het begin de herhaling was, en dat zelf, mede daarom, een herhaling is van wat hij hier zegt: het kunstwerk als poort die de poort herhaalt die zijn opening hier is, een opening, deze hier, die het kunstwerk, alleen maar omdat zij de herhaling die het kunstwerk is ophoudt, herhaalt. Is de cirkel rond? Dan zou niets zich herhaald hebben. De cirkel is niet rond, hij draait vierkant. Het vierkant van dit schilderij is herhaaldelijk een vierkant



Qui cause ?

Gent, une date, une signature,

"N'étant pas, j'ai écrit l'autre que n'étant pas, j'étais (pas)."

En Anny?

En dan heb ik de musea beroofd en ermee gevuld mijn naam. Zo werd dit lichaam

de zich steeds wijzigende naam, zoals...

... en in de donkere hoek machtig speelt met het witte gelaat.

Liefste bestemmeling! (Wat, wie, aan wie dit schrijven? Dit nooit toekomend,

nergens vertrokken, altijd al vertrokken steeds toekomend zijnde. Jij? Ik? Ik, jij?

Jij, ik? en Anny? Ik, jij en Anny en het bijten erin van steeds nog een derde, vreemd,

die zich op zijn beurt ontdubbelt, twee met drie, als men ernaar grijpt (en men grijpt

ernaar), vreemd noodzakelijk, zoals alleen maar de herhaling van de...



herhaald binnen zichzelf, en elk vierkant is de herhaling van zovele gelijkgeschilderde vierhoekjes. En elk vierkant is er op zijn minst net geen. En hij die dit zegt, dicht hij het vierkant, sluit hij de cirkel? Er is al gezegd dat hij opent, maar hij opent op wat al geopend was, hij is blijkbaar diegene die geen vrede neemt met het werk dat zich opent, hij opent het zelf, zegt dat ook u zelf aan het openen bent, hij opent de poorten van open poort, hij betekent de oorlog, hij is het dubbele gezicht die het dubbele gezicht van het kunstwerk toont, hij gaat verraderlijk mee in dit verraad, en sleurt u erin mee, hij is de verraderlijke herhaling van de (zichtbare) bladzijde waarop deze muurschildering schildert dat alles herhaling is, hij leest dat blad tussen het schilderij en de muur, fotokopieert het in de ruimte tussen zijn twee gezichten en leest die fotokopie hier voor. Misschien als antwoord op de "brief" die dit schilderij is. Hij zou dan van dit antwoord, dat een verraderlijke herhaling zou zijn van de brief, de facteur zelf zijn, hier, nu.


oorsprong de oorsprong stelt als herhaling. X 2. (Au commencement était la répétition.

Emprise seuls les cercles font le tour, le tour d'on ne sait quoi, de tout, du connu,

de l'inconnu qui passe, qui vient, qui est venu et va revenir). Tekening. En kinderen.

Henri Michaud. En cirkels om te vatten. Eeuwig terug. Het gesloten neuken. Reflectie.

Ellips, eclips. Het bevragen van het onbeantwoordbare dat altijd al gegeven is.
 
 

Gegeven is.
 
 

Etant données, l'eau et le gaz, ruimte en tijd, struktuur en genese, levensdrift,

doodsverlangen, a en b. Etant données... Van de Velde, Duchamps. En Anny?

Noodzakelijk zoals dit woord, de post, de 'post'... vreemd, cryptisch ons altijd al

gelezen schrijven... alleen maar de illusie van beslotenheid? Neen, haar waarheid.

" Et le printemps m'a apporté le rire fou de l'idiot " Een brief als een naakte kaart.

Met postzegel. Herinner je: une lettre belge, transparente, t'en souviens-tu: mediateur.

Mediateur, la lettre. De noodzakelijk meelezende derde. En Anny? Anny?
 

                                                                                        Frank Beeusaert





 

back to 'la lettre'
back to the index of texts