back to text

 

DE STOK VAN DE ROZELAAR

            LE BATON DU ROSIER

 

 

I

 

 

                   De herinneringen zijn jachthoorns
                   Waarvan het geluid sterft te midden van de wind

     
      Wij houden ervan dat Guillaume Apollinaire deze verzen ontving uit een jachttraditie, wreder nog dan die van Vigny, die haar aanhoorde voor hem. Mijn grootmoeder, die met zachtzinnigheid andere minder luidklinkende kopers handteerde _ herten en wolven, zijn helaas niet langer getuige_ maakte het mij mogelijk, door het langzame opsparen van muntjes, mijn eerste gedichten uit te geven. Hun titel, De Klokken op het hart, werd me al snel hatelijk; maar eerlijk gezegd, onder de mom van de titel, waren het de gedichten waar ik helemaal niet fier op was.
     Op het beslissend moment, waakten wij bij grootmoeder, mijn zus Julia en ik, tot de uitdoving van haar kwellingen die talrijk waren.

 

 

 

Le veilleur naïf

DE NAIEVE WAKER

 

De engel van de verminkingen had geklopt op het vensterluik
Met zijn brede en stomme vleugel
In de haard waar de houtblokken sidderden
Niet langer uiteenvielen
Zuchten de meubels op hun sokkel
De engel had de ongelovige betekend
Dat hij het hoofd diende neer te buigen
_Dat te minste meende hij te begrijpen_
Aders en spieren puilden bonden de stervende vast
De stervende kloeg niet
De ongelovige verjoeg de engel
De tijd had geen wijzer meer
Het kloppen van het hart steeg
Tot in de gesloten kaken
Zonder de lippen aan te moedigen zich te ontenigen
Geen ontknoping binnen het wachten van de ongelovige
De
toekomst week voor de minuut
Zijn gedachten bezweken
Toch wou de spiegel hem niet
Zijn waar beeld terugschenken
( Of zijn ogen zagen het niet )
De kamer werd blauw in zijn plaats
De pluimen van de pauw sopten nog in de vaas
Een onmenselijke nevel omwikkelde zijn handen
Hij voelde zich van dan af zonder grofheid en zonder val
Verjongd tussen de lakens van de stervende
Op het ogenblijk werd het ding eindelijk
doorzichtig en de ruimte stroom.

 


back to text