HET VERLOREN NAAKT
LE NU PERDU
‘64-‘70
TERUG STROOMOPWAARTS
RETOUR AMONT
LUCHTSPIEGELING
Zij nemen voor helderheid het gele lachen
Hoe, zwakke scholier, de toekomst omvormen en het zo bevraagde, zo omgerakelde
vuur ontrafelen, dat valt op jouw foute blik?
Het heden is slechts een spel of een slachtpartij van boogschutters.
Van dan af aan trouw aan zijn liefde zoals de hemel aan de rots. Trouw,
voorzien van een lont, maar onophoudelijk dolend, haar de baan ontrovend met de
gehele uitgebreidheid door het vuur getoond, door de wind aangehouden; het
uitgebreide, schat
FACTIE VAN HET STOMME
De
stenen klemden zich
Ik
heb mij verenigd tot de moed van enkelen, ik heb, te midden van hen, zonder ous
te worden, gewelddadig mijn geheim beleefd, ik heb gehuiverd om het bestaan van
al de anderen, als een incontinente sloep boven de afgeschutte diepten.
RODE HONGER
Je
was gek.
Wat
is dit ver!
Je
stierf, één vinger voor de mond,
In
een edele beweging,
Aan
de koude zon van een groen gedeelde.
Je
was zo mooi dat niemand jouw dood bemerkte.
Later,
het was nacht, ging je met mij op weg.
Naaktheid
zonder achterdocht,
Borsten
verrot door je hart.
Op
zijn gemak binnen deze gegeven wereld,
Ging
een man, die jou in zijn armen had geklemd,
Aan
tafel.
Wees
goed, je bent niet.
VECHTENDEN
Binnen
de hemel
DANS
PERSISTENTIE
Waar
lijd jij aan? Alsof, binnen het huis zonder geluid, de voorouder van een gelaat
dat door een zure spiegel scheen te zijn verstold, ontwaakte. Alsof, de hoge
lamp en zijn glans neergeslagen op een blind bord, jij de oude tafel met zijn
vruchten naar je benepen keel ophief. Alsof jij het herbeleefde: je vluchten
Waar
lijd jij aan?
Aan
het irreëel intacte binnen het verwoest reële. Aan hun avontuurlijke omwegen,
omcirkeld met oproepen en bloed. Aan dat wat werd gekozen en niet werd
aangeraakt, aan de oever
aan het onbedachte heden dat verdwijnt.
Aan een ster, de waanzinnige, die naderkwam en eerder dan ik sterven gaat.
end of page